zondag 16 mei 2021

En de Bosrietzanger is ook binnen

Het was niet het beste weer om op zoek te gaan naar de Bosrietzanger die ik rond deze tijd terug verwachtte in de polders. De wind en het beetje regen maken, samen met het kabaal van ganzen en meeuwen, het luisteren naar deze laatkomer extra lastig. Gelukkig zat er één direct naast het pad in de Hennepoelpolder te zingen. Hij liet zich zelfs redelijk goed zien. Helaas geen mogelijkheid gehad om het geluid op te nemen, dus je zult zelf moeten gaan luisteren.


De Bosrietzanger zat bij de stip middenonder.

In de Veerpolder zat er ook één te zingen, maar die was veel verder van het pad en veel minder duidelijk.

Al een tijdje worden er Krooneenden gemeld in de polder. Vanochtend zat er ook één in de telling, een mannetje.

Man Krooneend in de Veerpolder.

Krooneenden komen niet zo vaak naar de polders, ze zitten vaker om de hoek bij de Strengen. Van 2009 tot 2011 zijn ze een aantal keer gemeld en vervolgens weer sinds 2019. Dat was vrijwel altijd in de lente. Alleen in 2009 is hij gemeld aan het eind van de zomer/begin van de herfst.

Rietzanger.

Naast de Bosrietzangers zaten ook de Kleine karekieten, Rietzangers en Rietgorzen nog te zingen in het riet. De Huismussen, Kool- en Pimpelmezen bezochten het riet daarentegen voor voedsel. Op dit moment ben ik op school aan het uitleggen hoe verschillende soorten naast elkaar kunnen bestaan door verschillende ecologische niches te bezetten. Vandaag zag ik hoe de mezen elkaar niet beconcurreren bij het zoeken naar voedsel. De Koolmees zocht voornamelijk in de afgebroken stengels van oud riet. Hij keek dan eerst van boven in de stengel, een grappig gezicht.

Koolmees inspecteert een afgebroken rietstengel.

De Pimpelmezen zochten veel meer tussen de bladeren en de stengels van het oude riet. 

Pimpelmees zoekt tussen blad en stengel van het riet.

Op deze manier voeden de twee soorten mezen zich met verschillende insecten en zitten ze elkaar dus niet in de weg. Het is natuurlijk maar één waarneming, dus ik ga in de gaten houden of dit verschil echt zo duidelijk is.

Afgezien van de ganzenpullen, heb ik nog niet veel pullen gezien in de polders. Wel zitten er enkele Wilde eend-pullen en vanochtend ook een Tafeleend-pul.

Tafeleend-vrouw met pul.

Het was leuk om toch nog twee man Slobeend aan te treffen. Het begint de tijd van het jaar te worden dat die soort verdwijnt uit de polder. Misschien hebben deze twee mannen vrouwtjes op het nest zitten. Het zou leuk zijn weer eens Slobeend-jongen te mogen begroeten in de polders. Het is al lang geleden dat dat voor het laatst gebeurde.

Man Slobeend, Veerpolder.

Vorige week meldde ik een geringde Lepelaar. Inmiddels weet ik dat deze vogel, aNP/GNfP, afgelopen winter heeft doorgebracht in Spanje, in de buurt van Cáceres. Dat is geen gekke plek om een tijdje rond te hangen. De twee Lepelaars die vanochtend in de polders zaten, waren niet geringd.

Zo was er weer voldoende te zien in de polders. En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle Kuifeenden, de Tuinfluiter en de Grote Bonte Specht.

Grote Bonte Specht.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten