zondag 5 oktober 2014

Late Lepelaar, Paapje en Kneu

Afgelopen donderdag zag ik het al aankomen. Vandaag is het datumrecord voor de Lepelaar met 1 dag verbroken. Nog niet eerder zag ik er één zo laat in het jaar. Is het het warme weer, de steeds frequentere aanwezigheid van de Lepelaar in de polders, of een combinatie van die twee?

Laat in het jaar zit er nog een Lepelaar in de Veerpolder.

Het gaat goed met de Lepelaar in de polders. Dit jaar was hij aanwezig vanaf februari tot en met begin oktober. Zat de Lepelaar in 2009 nog in 29% van de tellingen tussen januari en oktober, inmiddels is dat opgelopen tot 53% in 2014 over dezelfde periode. Ook het maximum aantal dat tegelijkertijd in de polders zat is gestegen.

Gemiddeld aantal Lepelaars in de Veerpolder tussen februari en oktober.

Vandaag leverde nog twee late bezoekers op: een Paapje en een Kneu. Ook deze soorten had ik niet eerder zo laat in het jaar. De Kneu is sowieso een recente aanwinst voor het gebied, in de tellingen pas sinds dit jaar aanwezig. Het Paapje bezoekt de polders al langer, zowel in het voorjaar als in het najaar.

Paapje (vrouw) in de Veerpolder.
In de Veerpolder zaten 15 Brandganzen en 7 Smienten. Een Heggemus scharrelde rond bij de dode bomen aan de noordkant en daar zat eindelijk ook weer eens een Vink. De Hennepoelpolder leverde weer 5 Waterrallen op. Eén daarvan zat op het eilandje tegenover het gemaal, een plek waar ik de afgelopen weken er steeds één kan zien. De rest hoorde ik alleen.

Vandaag was de start van het zevende teljaar in de Veerpolder. Zes jaar tellen, tijdens 283 zondagse bezoeken, leverde 114 soorten ter plaatse op en 116.064 getelde exemplaren. Het begint een aardige reeks te worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten